Print dit bijbelgedeelte

Bijbelgedeelte bij 11 september
Lezen: Psalm 130
Vertaling 1951
1 Een bedevaartslied.
 
Uit de diepten roep ik tot U, o HERE.
2 Here, hoor naar mijn stem;
laten uw oren opmerkende zijn
op mijn luide smekingen.
3 Als Gij, HERE, de ongerechtigheden in gedachtenis houdt,
Here, wie zal bestaan?
4 Maar bij U is vergeving,
opdat Gij gevreesd wordt.
5 Ik verwacht de HERE,
mijn ziel verwacht en ik hoop op zijn woord;
6 mijn ziel wacht op de Here,
meer dan wachters op de morgen,
wachters op de morgen.
7 Israël hope op de HERE,
want bij de HERE is goedertierenheid,
bij Hem is veel verlossing;
8 Hij zelf zal Israël verlossen
van al zijn ongerechtigheden.
   
De Nieuwe Bijbelvertaling
1 Een pelgrimslied.
 
Uit de diepte roep ik tot u, HEER,
2 Heer, hoor mijn stem,
wees aandachtig, luister
naar mijn roep om genade.
 
3 Als u de zonden blijft gedenken, HEER,
Heer, wie houdt dan stand?
4 Maar bij u is vergeving,
daarom eert men u met ontzag.
 
5 Ik zie uit naar de HEER,
mijn ziel ziet uit naar hem
en verlangt naar zijn woord,
6 mijn ziel verlangt naar de Heer,
meer dan wachters naar de morgen,
meer dan wachters uitzien naar de morgen.
 
7 Israël, hoop op de HEER!
Bij de HEER is genade, bij hem
is bevrijding, altijd weer.
8 Hij zal Israël bevrijden
uit al zijn zonden.
bijbelsdagboek.nl
Terug naar het dagboek