Print dit bijbelgedeelte

Bijbelgedeelte bij 17 september
Lezen: Jesaja 42: 18-25
Vertaling 1951
18 Gij doven, hoort, en gij blinden, slaat uw ogen op om te zien. 19 Wie is er blind dan mijn knecht en doof als de bode die Ik zend? Wie is er blind als de volmaakte en blind als de knecht des HEREN? 20 Gij hebt wel veel gezien, maar gij hieldt het niet in gedachtenis; gij hebt de oren wel open gehad, maar gij hebt niet gehoord. 21 De HERE had er behagen in ter wille van zijn gerechtigheid een grote, heerlijke onderwijzing te geven. 22 Maar dit is een volk, beroofd en uitgeplunderd; men heeft hen allen in kerkerholen geboeid, in gevangenissen zijn zij weggeborgen; zij werden ten roof en er was geen redder; tot plundering en er was niemand die zeide: Geef terug. 23 Wie onder u neemt dit ter ore, schenkt er aandacht aan en luistert in het vervolg? 24 Wie heeft Jakob tot plundering overgegeven en Israël aan berovers? Is het niet de HERE, tegen wie wij gezondigd hebben, op wiens wegen zij niet hebben willen gaan, en naar wiens wet zij niet geluisterd hebben? 25 Daarom stortte Hij de grimmigheid van zijn toorn over hen uit en het geweld van de oorlog. Dat zette hen rondom in vlam, maar zij sloegen er geen acht op; ja, het stak hen in brand, maar zij namen het niet ter harte.
   
De Nieuwe Bijbelvertaling
18 Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie!
19 Is er iemand zo blind als mijn dienaar,
zo doof als de bode die ik zend?
Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk,
blind als de dienaar van de HEER?
20 Het ziet veel, maar onthoudt niets,
het heeft zijn oren open, maar hoort niets.
21 Eens schepte de HEER er behagen in
om de kracht van zijn onderricht te tonen
omwille van zijn rechtvaardigheid.
22 Maar nu is het volk beroofd en geplunderd,
zijn jonge strijders zijn geketend
en in de gevangenis gegooid.
Een prooi zijn zij geworden, en niemand die hen redt;
ze zijn buitgemaakt, en niemand die zegt: ‘Geef terug!’
23 Is er iemand onder jullie die dit hoort,
die aandachtig luistert en begrijpt wat er nu volgt?
24 Wie heeft Jakob tot buit gemaakt,
Israël uitgeleverd aan plunderaars?
Is het niet de HEER,
hij tegen wie wij hebben gezondigd?
Zij wilden niet de weg gaan die hij wees,
niet luisteren naar zijn onderricht.
25 Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit
in allesverterend krijgsgeweld.
Ze waren omringd door vlammen,
maar zagen niet in waarom,
ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.
bijbelsdagboek.nl
Terug naar het dagboek